Agenda Gemeenteraad

Van 26 MAART 2026

 

Aanwezig:

Glenn Van Rillaer - burgemeester

Pieter Cortoos, Tinne Alaerts, Tobe Schoenmakers - schepenen

Maurice Rodeyns - wnd voorzitter

Christine Dejaeger, Stijn Langendries, Guy Vanbelle, Jan Vanautgaerden, Maarten Devroye, Nawfal Baaza, Adaïm Van Oeyen, Kim Brams, Lea Rodeyns, Jeannine Sempels, Anja Vanleenhove, David Lissens - raadsleden

Marleen De Coster - algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

Chris Vervliet - schepen

Bart Dusart - voorzitter

 

 

Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

OMGEVING

 

1. Goedkeuring wegenis in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_ 2024022138 voor het slopen van de bestaande gebouwen en constructies en het oprichten van een handelsruimte met ondergrondse parking en bovenliggend 8 woongelegenheden.

Feiten en context:

Helis, Langestraat 19 te 3360 Bierbeek, diende op 01/08/2025 een aanvraag tot omgevingsvergunning in bij het college van burgemeester en schepenen.

De aanvraag situeert zich op het perceel Leuvensesteenweg 397 - 395, kadastraal gekend Boutersem, afdeling 1, sectie B, nummer 267C7, 267F8, 267G8, 267L3, 267M3, 267R2, 267S2, 267T7 voor het slopen van de bestaande gebouwen en constructies en het oprichten van een handelsruimte met ondergrondse parking en bovenliggend 8 woongelegenheden.


Juridische grond:

Het Bestuursdecreet, inzonderheid artikel II.2 betreffende het zorgvuldigheidsbeginsel

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen

Het decreet van 5 april 1995 over de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM)

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009 en latere wijzigingen en haar uitvoeringsbesluiten

Decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning

Het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning en haar bijlagen

Het Gemeentewegendecreet van 3 mei 2019.

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur.

 

Motivatie:

Het perceel maakt geen deel uit van een verkaveling.

Het perceel met de woning Leuvensesteenweg 387 betreft lot 1 van de verkaveling 39v136, maar dit lot werd uit de betreffende verkaveling gesloten.

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 30/10/2025 tot en met 28/11/2025. Naar aanleiding van het eerste openbaar onderzoek werden er 13 bezwaren ingediend.

Na aanvulling van het dossier werd beslist om een nieuw openbaar onderzoek te houden van 28/01/2026 tot en met 26/02/2026. Naar aanleiding van dit openbaar onderzoek werden er 11 bezwaren ingediend.

Tevens werd er door de aanvrager een informatievergadering georganiseerd waarop de omwonenden werden uitgenodigd.

 

De aanvraag heeft betrekking op het aanleggen van een publiek toegankelijke doorsteek waarvoor een rooilijnplan werd opgemaakt en een achterliggend deel dat aan de gemeente zal worden afgestaan.

Het rooilijnplan en het bestek dienen ter goed- of afkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

De aanvraag omvat tegelijk de aanleg van nieuwe wegenis waarop een publiek recht van doorgang gevestigd zal worden en de kosteloze overdracht van het achterste deel van het terrein, alsook reeds de aanvraag voor een tijdelijke bronbemaling voor het realiseren van een ondergrondse parkeerkelder.

 

De omgevingsaanvraag betreft geen verkaveling maar een bouwproject met de aanleg van nieuwe (interne) wegenis binnen het projectgebied die aansluit op bestaande wegenis. Dit met het oog op een autoluwe, groene, klimaatvriendelijke en kwalitatieve woonomgeving.

Voor deze wegenis en infrastructuurwerken zijn aan de omgevingsaanvraag een inplantingsplan, terreinprofielen, infrastructuurplannen, een beplantingsplan, een meetstaat/raming en een rooilijnplan  (opgemaakt op 22 oktober 2025 door landmeters-experten Johan Artois en Jonas Artois) gevoegd.

 

Op het rooilijnplan staat een zone aangeduid met de bedoeling deze zone na het bouwrijp maken, kosteloos over te dragen aan de gemeente Boutersem om in te lijven in haar openbaar domein. Het gaat, volgens het toegevoegde rooilijnplan (gele zone aangeduid op plan), over een totale oppervlakte van 182m² om over te dragen.

 

Er wordt een nieuwe (interne) weg aangelegd met een breedte van minimaal 2,50m en maximaal 4,00m in een cementbetonverharding conform het bestek en de bijhorende plannen.

 

Het plan voorziet voor gemotoriseerd verkeer een volledige ontsluiting via de bestaande voorliggende gewestweg Leuvensesteenweg.

 

Het projectgebied is niet getroffen door buurt- of voetwegen volgens de Atlas der Buurtwegen.

 

Het Gemeentewegendecreet voorziet de integratie van de gemeenteraadsbeslissing over de zaak van de wegen in de procedure van de omgevingsvergunning. Artikel 12 §2 van het

Gemeentewegendecreet stelt dat in afwijking van artikel 11 de aanleg, de wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het Omgevingsvergunningendecreet kan opgenomen worden in een omgevingsvergunning, voor zover die wijziging/aanleg past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

Dit is hier het geval, het volledige projectgebied ligt binnen de hier van toepassing zijnde bestemming ‘woongebied’ volgens het gewestplan.

De doorgevoerde wijziging van het wegennetwerk past dus in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Dit betekent dat de procedureregels van het Omgevingsvergunningsdecreet spelen, waarbij deze aanvraag valt onder de 'gewone procedure’.

 

Het ontwerp rooilijnplan werd samen met de omgevingsaanvraag onderworpen aan een openbaar onderzoek.

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 30/10/2025 tot en met 28/11/2025. Naar aanleiding van het eerste openbaar onderzoek werden er 13 bezwaren ingediend.

Na aanvulling van het dossier werd beslist om een nieuw openbaar onderzoek te houden van 28/01/2026 tot en met 26/02/2026. Naar aanleiding van dit openbaar onderzoek werden er 11 bezwaren ingediend.

Tevens werd er door de aanvrager een informatievergadering georganiseerd waarop de omwonenden werden uitgenodigd.

 

Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet stelt dat wanneer de omgevingsvergunningsaanvraag werken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, de gemeenteraad een beslissing neemt over de zaak van de wegen vóór de bevoegde vergunningverlenende overheid, in deze het college van burgemeester en schepenen, een beslissing neemt over de omgevingsaanvraag.

Volgens artikel 47 van het omgevingsvergunningsbesluit neemt de gemeenteraad hierbij ook kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

Tijdens dit openbaar onderzoek werden volgende bezwaren ontvangen:

• 13 bezwaren tijdens het openbaar onderzoek van 30/10/2025 tot 28/11/2025

• 11 bezwaren tijdens het openbaar onderzoek van 28/01/2026 tot 26/02/2026

 

De gemeenteraad spreekt zich enkel uit over de 'zaak van de wegen', zijnde over de ligging, de breedte en de uitrusting van hier de nieuwe weg en de al dan niet opname er van in het openbaar domein. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt pas nadien in het kader van goede ruimtelijke ordening zoals opgenomen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (artikel. 4.3.1), op voorstel van de gemeentelijke omgevingsambtenaar, over de gehele aanvraag.

 

Voor zover bezwaarindieners aanvoeren dat het project niet conform zou zijn met (al) de geldende regelgeving, wordt opgemerkt dat de vergunningverlenende overheid de aanvraag beoordeelt overeenkomstig de artikelen 4.3.1 en volgende van de VCRO. Uit het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en de beslissing van het college van burgemeester en schepenen zal blijken in welke mate de aanvraag al dan niet in overeenstemming wordt geacht met de toepasselijke rechtsregels. De bezwaarindieners kunnen daar vernemen waarom de aanvraag al dan niet conform is aan de rechtsregels.

De ontvangen bezwaarschriften worden daarom in volgende thema’s samengevat, waarna ook telkens meteen een beoordeling volgt.

 

- verkeershinder en sluipverkeer in de omliggende straten;

Het project is gelegen langsheen de gewestweg Leuvensesteenweg, die de verbinding vormt tussen Leuven en Tienen. Dergelijke wegen vormen de hoofdassen die voorzien zijn om veel verkeer toe te laten. Door de in- en uitgang van de handelszaak met bijhorende parking, te richten op de Leuvensesteenweg wordt vermeden dat er extra verkeer gegenereerd wordt in de omliggende straten. Een handelszaak aan een hoofdweg zorgt niet voor sluipverkeer in de omliggende straten en woonwijken.

De belasting van de Leuvensesteenweg en de eventuele hinder die een nieuwe handelszaak met zich mee brengt werd onderzocht en voorwaardelijk gunstig geadviseerd door zowel het Agentschap Wegen en Verkeer (wegbeheerder) als door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

 

- de bezwaarindieners wensen dat de gemeenteraad het dossier omwille van een gebrekkige invulling van de project-mer-screening onvolledig zou verklaren. Tevens wordt aangegeven dat de mobiliteitstoets op maat van de aanvrager werd gemaakt met cijfers die in vraag gesteld kunnen worden;

Een gemeenteraad heeft niet de bevoegdheid om een aanvraag tot omgevingsvergunning onvolledig te verklaren omwille van een eventuele onvoldoende gemotiveerde project-mer-screening. De gemeenteraad zal in dit dossier enkel uitspraak doen over de geplande wegenis en het rooilijnplan.

Er worden meerdere bezwaren gericht tegen de doorgevoerde mobiliteitstoets en deze worden hier met de gepaste zorgvuldigheid onderzocht en weerlegd.

De artikelen 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet verwijzen uitdrukkelijk naar het doel om ‘de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen’, en naar een beleid dat gericht is op ‘de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau ’, waarbij ‘de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen steeds in acht worden genomen’.

De gemeenteraad heeft bij de beoordeling van de zaak van de wegen oog voor de mobiliteitseffecten die van het project uitgaan, inzonderheid het effect van de wegenis op de mobiliteit, de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid, rekening houdende met het gebruik dat van die wegenis zal worden gemaakt.

De gemeenteraad verwijst naar het richtlijnenboek Mobiliteitseffectenstudies, mobiliteitstoets en MOBER en stelt daarbij vast dat 250 woongelegenheden de ondergrens is voor een MOBER. De aanvraag ligt hier ruim onder.

Voor kleine projecten die niet onder de verplichting van een MOBER vallen maar wel een beperkte impact op de mobiliteit hebben, kan er beroep worden gedaan op een mobiliteitstoets.

Zoals uit het vernieuwde richtlijnenboek van december 2025 blijkt (zie p. 113), zijn er voor de berekening van de verkeersgeneratie van verschillende typefuncties een aantal stroomschema’s opgemaakt. Op basis van het eerste stroomschema kan de verkeersgeneratie voor de functie wonen berekend worden op basis van kencijfers. Projectspecifieke cijfers genieten weliswaar de voorkeur boven kencijfers, uit het richtlijnenboek blijkt niet dat er verkeerstellingen nodig zijn in het kader van dit project dat slechts een mobiliteitstoets vereist, geen MOBER. Het bestuur is niet verplicht uitsluitend empirische tellingen te hanteren. Prognosemodellen en kengetallen zijn juridisch aanvaard. Bij de aanvraag is de doorgevoerde mobiliteitstoets gevoegd en deze maakt gebruik van gangbare methodieken conform het richtlijnenboek MOBER.

Voor zover bezwaarindieners menen dat er een onderzoek naar cumulatieve effecten inzake de mobiliteit nodig is omdat de mobiliteitstoets ontoereikend zou zijn, wordt gewezen op de “Handleiding stadsontwikkelingsprojecten” (actualisatie – 27 juni 2018 – nog van toepassing op de aanvraag) van het Departement Omgeving. In deze handleiding staat het volgende te lezen: “… In vraag 5.12 dienen de cumulatieve effecten door de relatie met andere projecten onderzocht te worden. Een uitgebreide motivering is voor stadsontwikkelingsprojecten niet altijd noodzakelijk. Indien uit de andere vragen blijkt dat de bijdrage van het project ten opzichte van de bestaande situatie (o.a. inzake verkeer, lucht, verharding, enz.) miniem of te verwaarlozen is, kan een verwijzing naar deze vragen volstaan. …”

Over de verkeersgeneratie van nieuwe projecten wordt in dezelfde handleiding gesteld

“… Kenmerkend voor stadsontwikkelingsprojecten is de bijkomende verkeersgeneratie in de exploitatiefase. Afhankelijk van het type, de ligging en de omvang van het project zal het bijkomend aantal vervoersbewegingen variëren van verwaarloosbaar tot hoog. In de project-m.e.r.- screeningsnota moet aangegeven worden of er problemen verwacht worden voor de ontsluiting van

het verkeer, de afwikkeling op de weg (is de capaciteit nog toereikend of niet) en of het project zelf voldoende parking voorziet zodat de parkeerdruk niet wordt afgewenteld op het openbaar domein.

Een overaanbod aan parkeervoorzieningen is daarentegen ook niet gewenst vermits dit autogeneratie aanmoedigt en geen blijk geeft van een duurzaam ruimtegebruik. …”

In de handleiding wordt derhalve aangegeven dat een uitgebreide screening en motivering niet steeds noodzakelijk is voor stadsontwikkelingsprojecten in de mate dat de bijdrage van het project ten opzichte van de bestaande situatie inzake bijvoorbeeld verkeer miniem of te verwaarlozen is.

Gelet op de vaststellingen in de mobiliteitstoets, waarvan de bezwaarindieners de onjuistheid niet aantonen, en rekening houdend met de handleiding voor stadsontwikkelingsprojecten, is het allerminst evident om aan te nemen dat dit concrete project een nog meer uitgebreide screening en motivering noodzaakt.

De bezwaarindieners hebben dat alleszins niet aannemelijk gemaakt aan de hand van voldoende concrete gegevens. Zij maken niet aannemelijk dat het, cumulatief gezien met andere concrete projecten, waarvan de gemeenteraad kennis heeft of kan hebben, een verregaandere screening en motivering noodzaakte.

Cumulatieve mobiliteitseffecten in Boutersem zijn reeds bestudeerd in het Plan-MER Regionaal Mobiliteitsplan Leuven van de vervoerregio Leuven en worden door de bezwaarindieners niet betrokken bij hun bezwaren.

De verwachte verkeersgeneratie blijft binnen de verwerkingscapaciteit van het lokale wegennet.

 

- de bezwaarindieners maken zich zorgen over het toenemende verkeer en de verkeersveiligheid door de komst van een nieuwe supermarkt;

De gemeenteraad begrijpt de bezorgdheden rond het toenemende verkeer op deze locatie. Een nieuwe handelszaak met bovenliggende woongelegenheden brengt uiteraard verkeersbewegingen met zich mee. Bij de aanvraag werd een – aangevulde en aangepaste – mobiliteitsstudie toegevoegd die het aantal bewegingen per dag, ook specifiek in de spitsmomenten en op zaterdagen, inschat voor het gecombineerde project. De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare werken en aan het Agentschap voor Wegen en Verkeer. Beide entiteiten brachten een (gedeeltelijk) voorwaardelijk gunstig advies uit. Uit deze adviezen blijkt dat, mits het respecteren van de aanbevelingen en opmerkingen, de impact ter plaatse op een gewestweg aanvaardbaar is.

Niet enkel het aantal bewegingen door wagens en fietsers ten gevolge van het project, werd beoordeeld door het Agentschap Wegen en Verkeer. Ook de inrichting en locatie van de laad- en loszone maakt deel uit van het totale project. Door het oprijden van de projectsite komende vanuit de richting van Leuven, heeft de chauffeur zicht op het afkomende verkeer vanuit Tienen en op het fietspad dat gekruist moet worden. Mocht blijken dat door de ontwikkeling van de site een voorsorteerstrook nodig was op de Leuvensesteenweg omdat het verkeer onnodig lang wordt tegengehouden, zou dit blijken uit het uiteindelijke externe adviezen.

Bij het verlaten van de site heeft de chauffeur opnieuw zicht op de fietsers die vanuit de richting Tienen komen en zal inderdaad bij het oprijden van de weg voorzichtig moeten zijn voor het verkeer komende vanuit Leuven. De ontvangen externe adviezen vermelden geen specifieke opmerkingen hierover.

Voor de veiligheid van de zwakke weggebruikers op het terrein zelf wordt een aparte toegang en weg voorzien, afgescheiden van het gemotoriseerd verkeer. Om de veiligheid van de fietsers op het openbaar domein te bewaken wordt voor de ondergrondse garage een voldoende ruim opstelvak voorzien op eigen terrein zodat wagens die uitrijden de situatie correct kunnen inschatten.

Er moet verwezen worden naar het feit dat de Leuvensesteenweg een gewestweg is en dat een herinrichting of aanvulling van deze infrastructuur enkel in samenspraak kan met de wegbeheerder. Op eigen terrein wordt wel maximaal ingezet op de toegankelijkheid van de site voor fietsers en voetgangers, door het voorzien van de trage doorsteek, het inrichten van fietsenstallingen en door deze verkeersstroom volledig te scheiden van de verkeersstroom van het gemotoriseerd vervoer. Er is een bushalte op een afstand van 100m en 200m afhankelijk van de rijrichting, en is bijgevolg ook toegankelijk voor bezoekers die met het openbaar vervoer komen.

Het feit dat een handelszaak – volgens enkele bezwaren gelegen buiten de kern van Boutersem – voor bijkomende verkeersbewegingen kan zorgen is niet anders dan wanneer een handelszaak in de (onmiddellijk aangrenzende) kern van Boutersem zou komen. Mocht er ten gevolge van de handelszaak een echt problematische situatie verwacht worden, hadden de betreffende adviesinstanties een negatief advies gegeven of specifieke voorwaarden zoals het voorzien van een voorsorteerstrook, opgelegd. 

 

- de voorziene trage verbinding op plan is maar 2,50m breed terwijl de gemeente in andere projecten een breedte van 3,50m vroeg;

Op het rooilijnplan wordt de doorgang voor voetgangers en fietsers, rechts ven het gebouw, het best weergegeven. Zowel aan de straatzijde als aan de achterzijde is de doorgang 3,50m breed zodat fietsers elkaar kunnen kruisen. Ter hoogte van het gebouw zelf heeft de doorgang over een beperkte afstand een afwijkende breedte. Eerst wordt de doorgang breder voorzien en vastgelegd op 4m om aan te sluiten op de toegang tot de zijingang. Daarna wordt de doorgang plaatselijk beperkt tot 2,50m breed om een fietsenstalling naast het gebouw te plaatsen en een rolstoeltoegankelijke inkom te creëren naar de lift en de bovenliggende woongelegenheden.

In voorliggende aanvraag worden er geen nieuwe ontsluitingswegen voorzien voor gemotoriseerd vervoer. Enkel een trage doorsteek voor fietsers en voetgangers. De gemeenteraad zal zich dan ook beperken tot het beoordelen van het rooilijnplan en de uitrusting van het terrein binnen deze zone.

- de aanvraag is strijdig met het gemeentewegendecreet. De gemeenteraad heeft zich niet uitgesproken over het rooilijnplan en de uitrusting van de wegenis;

Bij de aanvraag werd een rooilijnplan toegevoegd, een bestek en de nodige plannen en profielen. Het rooilijnplan en de bijhorende stukken worden na het openbaar onderzoek voorgelegd aan de gemeenteraad conform de geldende wetgeving.

 

- de aanvraag en de mobiliteitsstudie houden geen rekening met een toekomstig snelheidsregime van 70km/u.

Er is geen reden om aan te nemen dat de maximale snelheid op deze locatie zomaar zal opgetrokken worden van maximaal 50km per uur naar 70km per uur. In het bezwaar zelf wordt verwezen naar een “mededeling” van het Agentschap Wegen en Verkeer waarin staat dat een eventuele aanpassing van de snelheid gekoppeld wordt aan een latere herinrichting van de bestaande infrastructuur.

 

Financiële gevolgen:

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.

 

15 stemmen voor: Glenn Van Rillaer (Voor Boutersem), Pieter Cortoos (Voor Boutersem), Tinne Alaerts (CD&V), Tobe Schoenmakers (Voor Boutersem), Maurice Rodeyns (CD&V), Christine Dejaeger (Voor Boutersem), Stijn Langendries (Voor Boutersem), Guy Vanbelle (CD&V), Maarten Devroye (NVA), Nawfal Baaza (Voor Boutersem), Adaïm Van Oeyen (Voor Boutersem), Kim Brams (Voor Boutersem), Lea Rodeyns (CD&V), Jeannine Sempels (CD&V) en David Lissens (NVA).
2 stemmen tegen: Jan Vanautgaerden (Groen) en Anja Vanleenhove (Groen).
 

 

Besluit:

Artikel 1. De gemeenteraad neemt kennis van de ingediende standpunten, opmerkingen of bezwaren inzake de ligging, de breedte of de uitrusting van de weg die werden ontvangen tijdens het openbaar onderzoek. De ontvangen bezwaren en opmerkingen omtrent de wegenis en het rooilijnplan worden gedeeltelijk ontvankelijk maar allen ongegrond verklaard.

 

Artikel 2. Het bijgevoegde rooilijnplan opgemaakt op 22 oktober 2025 door landmetersexperten Johan Artois en Jonas Artois met aanduiding van de, na het bouwrijp maken van, over te dragen zone naar de gemeente Boutersem om in te lijven in het openbaar domein met een totale oppervlakte van 182m², met bijhorende aanlegplannen, wordt definitief vastgesteld.

De gemeenteraad oordeelt dat het wandelpad rechts van het nieuwe gebouw eveneens als gemeenteweg in aanmerking wordt genomen waarbij het beheer aan de gemeente wordt overgedragen, doch als eeuwigdurend publiek recht van doorgang met een breedte van 4,00m ter hoogte van de ondergrondse afvalcontainers, een breedte van 2,50m ter hoogte van de inkomzone in de rechterzijgevel en de fietsenstalling en een breedte van 3,50m voor de rest van de trage verbinding.

 

Artikel 3. De aanleg en inrichting van de wegenis gelegen binnen het in artikel 2 vermelde rooilijnplan worden goedgekeurd mits deze voldoen aan de kwaliteitsnormen en de bepalingen opgenomen in het ingediende bestek.

 

Artikel 4. De aanvrager draagt al de kosten voor al de noodzakelijke terreinaanlegwerken, riolerings- en verhardingswerken alsook voor de aanleg van alle noodzakelijke nutsleidingen. De aanvaarding van de werken door het bestuur zal blijken uit ondertekening van het proces-verbaal van voorlopige en vervolgens definitieve oplevering.

 

Artikel 5. De aanleg voor of door de nutsmaatschappijen (o.a. elektriciteit, openbare verlichting, waterleiding, data, ... en telefonie) moet gebeuren overeenkomstig de richtlijnen van de concessiehouders.

 

Artikel 6. De gemeente Boutersem behoudt zich het recht om een toezichter voor de wegeniswerken aan te stellen. Telkens als dit vereist is (coördinatie, opleveringen, ...) zal een afvaardiging van het gemeentebestuur betrokken worden bij de realisatie van de infrastructuurwerken.

 

Artikel 7. De gemeente Boutersem kan niet betrokken worden in eventuele geschillen tussen de aanvrager, de aannemers van de werken, de concessiehouders enz. aangaande betalingen, uitvoeringen en dergelijke meer.

 

Artikel 8. Het achterste deel van het perceel, gelegen binnen de rooilijn, zoals aangeduid op het rooilijnplan (wegtracé, groene ruimten, ...) met een totale oppervlakte van 182m², moet kosteloos afgestaan worden aan de gemeente Boutersem na definitieve oplevering van de werken. De (weg)verharding, rioleringen en alle nutsleidingen welke zich op de afgestane gronden bevinden, moeten eveneens kosteloos overgedragen worden aan de gemeente. Alle kosten in verband met deze overdracht zijn voor de aanvrager.

 

Artikel 9. De ingediende as-built dossiers zullen binnen het jaar na indiening voor wat betreft de riooltechnische gegevens aan een kwaliteitscontrole onderworpen worden. Indien de kwaliteit van het as-built dossier onvoldoende blijkt, dienen op kosten van de indiener nieuwe opmetingen te gebeuren en nieuwe asbuilt plannen opgemaakt te worden. Dit nieuwe dossier zal dan eveneens terug aan een kwaliteitscontrole onderworpen worden.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

OMGEVING

 

2. Aanpassing van het retributiereglement inzake het verstrekken van inlichtingen, verlenen van attesten en vergunningen en aktename meldingen op onroerende goederen in het kader van de omgevingsvergunning. Vaststelling

Feiten en context:

Gemeenteraadsbesluit d.d. 22.02.2024; goedkeuring retributiereglement inzake het verstrekken van inlichtingen, verlenen van attesten en vergunningen en aktename meldingen op onroerende goederen in het kader van de omgevingsvergunning.

 

De verschillende procedures en verplichtingen die in het omgevingsvergunningendecreet voorzien zijn, brengen werkingskosten mee voor de gemeente. De aanvragen tot omgevingsvergunningen worden steeds complexer om te behandelen en vragen hierdoor meer behandeltijd. In het kader hiervan worden de aangerekende tarieven en procedures herbekeken.

 

Juridische grond:

Decreet Lokaal Bestuur artikel 40, §3 en artikel 41,14°; gemeenteraad stelt de retributiereglementen vast;

Decreet Lokaal Bestuur artikel 286 & 287; wijze van bekendmaking besluitvorming;

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;

Decreet Algemene bepalingen Milieubeleid;

Decreet van 25.04.2014 betreffende omgevingsvergunning, hierna genoemd Omgevingsvergunningsdecreet is van toepassing;

Decreet Vastgoedinformatieplatform dd. 23.12.2023;

Artikel 170, §4 van de Grondwet is van toepassing;

Decreet van 30.05.2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting is van toepassing;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27.11.2015 tot uitvoering van het Omgevingsvergunningsdecreet is van toepassing.

 

Motivatie:

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Er werd een vergelijking gemaakt met gemeentes uit de omgeving: Bierbeek, Lubbeek, Holsbeek, Hoegaarden en Tienen. De conclusie is dat er voor bepaalde dossiertypes al meerdere jaren geen indexering werd gedaan, maar ook dat er voor bepaalde dossiertypes geen bedragen zijn vastgelegd in onze gemeente. Het behandelen van deze dossiertypes vergt echter eveneens de inzet van gemeentelijke middelen.

 

Daarom het voorstel om het voorliggende retributiereglement aan te passen door de bedragen voor deze dossiertypes vast te leggen om deze inzet van gemeentelijke middelen door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en vergunningsprocedures worden doorlopen.

 

Financiële gevolgen:

De inkomsten van deze retributie worden ingeschreven op de exploitatiekredieten op 2026/ACT-030101/0600-00/7000100/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

Artikel 1. De gemeenteraad stelt het retributiereglement inzake het verstrekken van inlichtingen, verlenen van attesten en vergunningen en aktename meldingen op onroerende goederen in het kader van de omgevingsvergunning  vast. Dit retributiereglement is gevoegd in bijlage en maakt intergraal deel uit van dit besluit.

 

artikel 2. De gemeenteraad heft het voorgaande retributiereglement goedgekeurd op 22 februari 2022 met ingang van 1 april 2026 op.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Punt bijlagen/links 20260326_Aanpassing_retributiereglement_Omgeving.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

INFRASTRUCTUUR

 

3. Aanvraag goedkeuring aandeel Boutersem voor sluiten van overeenkomst project 21021V/1 - Boutersem/Malendriesstraat. Goedkeuring

Feiten en context:

Voor de aanleg van riolering en afkoppeling Malendriesstraat (gedeelte vanaf Boskouterstraat tot grens Lubbeek) - Boskouterstraat - Driesstraat - Leuvensevoetweg en Struisblokstraat werd 02.07.2008 een studieopdracht toegewezen aan Evolta Engineers NV.

Vervolgens werd het uiteindelijke uitvoeringsdossier in twee gesplitst (beslissing VMM 2104.2015) waarbij op 29.06.2017 een samenwerkingsovereenkomst werd afgesloten tussen Fluvius en de Gemeente Boutersem voor de uitvoering van de Wegenis en rioleringswerken Boskouterstraat en zijstraten. Deze werken zijn intussen reeds uitgevoerd.

Voor het gedeelte Malendriesstraat (stroomopwaarts van de Collector Molendries) werd door VMM opgedragen aan Aquafin voor verdere uitvoering. Voor de aanleg 2 DWA riolering Malendriesstraat werd er op 30.01.2018 een overeenkomst afgesloten tussen Aquafin, Fluvius en de gemeente Boutersem waarbij het studiebureau Evolta Engineers NV nog steeds de studieopdracht mocht verderzetten.

Bij gemeenteraadsbeslissing van 28.05.2020 werd het  "Addendum tussen Aquafin NV en de gemeente Boutersem  omtrent de studie van het Aquafinproject 21.021V wegenis- en rioleringsproject aanleg 2DWA-riolering in de Malendriesstraat, fietspaden en bufferbekken, goedgekeurd zodat Aquafin NV volgens de daarin opgenomen bepalingen als opdrachtgevend bestuur zal optreden.

Op 28.05.2021 werd er nog een addendum aan de overeenkomst toegevoegd waar de aanleg van fietspaden en bufferbekken werd opgenomen en een samenwerkingsovereenkomst met Lubbeek voor de aanleg van fietspaden op hun grondgebied.

Bij beslissing van 01.03.2022 besloot het college Evolta aan te stellen voor de opmaak van het Rooilijn- en innameplan.

De gemeenteraad van 24.03.2022 heeft de Dienstovereenkomst met Aquafin voor de grondverwerving voor de aanleg van fietspaden langs de Malendriesstraat i.k.v. aanleg 2DWA-rioleing Malendriesstraat opwaarts tot de grens met Lubbeek goedgekeurd.

Bij Collegebesluit d.d. 25.04.2023 werden de meerwerken voor de bijkomende gegevens voor de opmaak van het rooilijnplan goedgekeurd.

De gemeenteraad d.d. 24.10.2024 keurde het rooilijnplan en de plannen met betrekking tot grondverwerving voor de aanleg van fietspaden goed.

Op 26 juni 2025 heeft de Deputatie een omgevingsvergunning verleend.

 

Juridische grond:

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijk toezicht.

De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Gemeenteraadsbeslissing van 28 augustus 2025

 

Motivatie:

Op 14 november 2025 werd het project 21021V/1 - Boutersem/Malendriesstraat aanbesteed.

In bijlage wordt het PV van opening der biedingen, van de inschrijvingsdocumenten van de laagste inschrijver en van het aanbestedingsverslag gevoegd.

 

De laagste inschrijver, Rega Infra NV, schreef in voor een totaal bedrag van 1.493.658,46 euro (excl. btw voor btw-plichtige opdrachtgevers) / incl. btw voor niet btw-plichtige opdrachtgevers).

 

Het bedrag werd opgesplitst in volgende delen:

 

Aquafin wenst over te gaan tot de aanbesteding aan Rega Infra NV en vraagt de gemeenteraad om het gemeentelijk aandeel van 684.758,92 ( incl. btw voor niet btw-plichtige opdrachtgevers) goed te keuren en Aquafin te machtigen een overeenkomst te sluiten met Rega Infra NV.

 

Financiële gevolgen:

Het bedrag zal verrekend worden op budgetrekening :

2026/ACT-010101/0290-00/2240000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

Budget

Beschikbaar

Uitgave

Saldo

€ 3.940.000,00

€ 3.933.616,55

€ 684.758,92

€ 3.248.857,63

 

Visum financieel directeur is verleend op 10 maart 2026

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt het gemeentelijk aandeel in project 21021V/1 - Boutersem/Malendriesstraat van 684.758,92 euro incl. btw goed en machtigd Aquafin tot het afsluiten van een overeenkomst met Rega Infra NV.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

INFRASTRUCTUUR

 

4. Grondverwerving alternatief fietspad parallel met Smidstraat. Ontwerpaktes. Goedkeuring.

Feiten en context:

Voor de aanleg van het fietspad parallel met de Smidstraat zijn er na onderhandelingen voor alle innemingen akkoorden bereikt.

 

Juridische grond:

Decreet houdende de gemeentewegen, 03/05/2019

Procedure voor aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen. Bijlage bij het schrijven inzake rol Provincie Vlaams-Brabant ikv procedures decreet Gemeentewegen, Goedgekeurd door de deputatie in zitting van 25 maart 2021

Gemeenteraadsbeslissing dd. 27.06.2025; goedkeuring grondverwerving alternatief fietspad parallel met Smidstraat - Verkoop openbaar domein.

Collegebeslissing dd. 08.07.2025; goedkeuring aanstelling notariskantoor Diels, Van Eylen en Grauls voor het verlijden van de aktes voor de ruil/verkoop van openbaar domein voor de aanleg van bovenfunctioneel fietspad Smidstraat.

 

Motivatie:

De gemeenteraad keurde de grondverwerving en verkoop openbaar domein voor de realisatie van het alternatief fietspad parallel met de Smidstraat goed in de zitting van 27 juni 2025. Daarop stelde het college notariskantoor Diels, Van Eylen en Grauls aan om de nodige stappen te ondernemen om de aktes te verlijden.

Notaris Grauls legt nu de blanco ontwerpakte voor de inname 17 tem 20 ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

 

Financiële gevolgen:

Dit besluit heeft in principe géén financiële gevolgen.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt de ontwerpakte voor de grondverwerving inname 17 tem 20 voor het alternatief fietspad parallel aan de Smidstraat goed.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

SECRETARIAAT

 

5. Watering Het Velpedal: Gewone algemene vergadering op 31/03/2026. Goedkeuring

 

 

Feiten en context:

De gemeente Boutersem heeft zitting in Watering "Het Velpedal".

Uitnodiging van 26/02/2026 voor de gewone algemene vergadering van 31/03/2026 om 14u00 te Glabbeek met bijhorende agenda en bijlagen.

Gemeenteraadsbeslissing van 27/02/2025, punt 24, aanstelling van Christine Dejaeger als gemandateerde en Stijn Langendries als plaatsvervanger voor deze vergaderingen tot de algehele vernieuwing van de gemeenteraad.

 

Juridische grond:

Artikel 41, 4° DLB; bevoegdheid gemeenteraad het oprichten van- en toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen.

 

Artikel 432 DLB; de algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordigers van de deelnemers. Voor de gemeenten worden ze rechtstreeks aangewezen door de gemeenteraden uit hun leden. De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.

 

Motivatie:

Op de agenda voor de algemene vergadering van Watering "Het Velpedal" die op 31/03/2026 plaatsvindt staan volgende agendapunten geagendeerd:

1. Opening van de vergadering door de heer voorzitter

2. Verslag van de gewone algemene vergadering van 18 maart2025

3. Goedkeuring verslag over het voorbije dienstjaar

4. Bespreking en goedkeuring staat van uit te voeren werken - dienstjaar 2027

5. Goedkeuring van de rekening over het dienstjaar 2025

6. Goedkeuring staat van onwaarden (belastingen) - dienstjaar 2024

7. Vaststelling van de aanslagvoet der gewone belastingen voor het dienstjaar 2026

8. Goedkeuring van de begroting voor het dienstjaar 2026

9. Goedkeuring uitvoering herstellingswerken aan de gerangschikte onbevaarbare waterloop

"Meenselbeek" van de tweede categorie te Glabbeek

10. Benoeming van de ontvanger-griffier met ingang van 1iuli2026

11. Mededelingen, rondvraag, goedkeuring verslag en sluiting vergadering

 

Financiële gevolgen:

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt de aanstelling van Christine Dejaeger als vertegenwoordiger en Stijn Langendries als plaatsvervanger van de gemeente en het mandaat aan beiden om alle agendapunten goed te keuren, goed.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

SECRETARIAAT

 

6. Legislatuur 2025-2030. Oprichting en samenstelling commissie Patrimonium. Goedkeuring.

Feiten en context:

De gemeenteraad kan gemeenteraadscommissies oprichten die zijn samengesteld uit (een beperkt aantal) gemeenteraadsleden. Deze commissies bereiden besprekingen in de gemeenteraad voor, en kunnen advies verlenen of voorstellen formuleren. Het bestuur wenst een commissie Patrimonium op te richten.

 

Juridische grond:

Artikel 37 § 1 en § 3 DLB; de mandaten in iedere commissie worden evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld.

 

Motivatie:

De gemeenteraad bepaalt per gemeenteraadscommissie het aantal leden, alsook de wijze waarop de evenredigheid wordt berekend. Die berekeningswijze geldt voor alle commissies die de gemeenteraad opricht. De proportionele verdeling over de vier fracties geeft volgend resultaat :

 

Voor Boutersem : 2 zetels

CD&V : 2 zetels

N-VA : 1 zetel

Groen : 1 zetel

 

De kandidaten worden voorgedragen op een voordrachtsakte die moet voldoen aan de volgende voorwaarden:  

 

- Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel uitmaakt.  

- Als de fractie van het kandidaat-commissielid maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen. 

- Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie. 

 

De voordrachtsakten zijn te raadplegen in de bijlage van dit besluit. 

 

De voorgedragen leden zijn : 

Fractie

effectief lid

plaatsvervangers

Voor Boutersem

Stijn Langendries

Nawfal Baaza

Pieter Cortoos

Voor Boutersem

Kim Brams

Pieter Cortoos

Nawfal Baaza

CD&V

Chris Vervliet

 

CD&V

Jeannine Sempels

 

N-VA

David Lissens

Maarten Devroye

Groen

Jan Vanautgaerden

Anja Vanleenhove

 

De voorzitter van de commissie wordt gekozen door en onder de leden van de commissie.

 

Financiële gevolgen:

Er is géén presentiegeld verbonden aan het lidmaatschap van een gemeenteraadscommissie.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt de oprichting en samenstelling van de commissie Patrimonium volgens de ingediende voordrachtsakten goed.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

SECRETARIAAT

 

7. Notulen. Proces-verbaal van de vorige zitting. Goedkeuring

Feiten en context:

De gemeenteraad vergaderde op 26 februari 2026. De notulen van de vorige vergadering zijn terug te vinden in bijlage.

 

Juridische grond:

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur betreffende de werking van de gemeenteraad

 

Financiële gevolgen: geen.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt de notulen van de zitting van 26 februari 2026 goed.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

SECRETARIAAT

 

8. Antwoord Agentschap Binnenlands Bestuur inzake klacht samenstelling deontologische commissie. Kennisname

Feiten en context:

Op 15/01/2026 ontving de gemeente een klacht via het digitaal loket van het Agentschap Binnenlands Bestuur (kenmerk KLACHT2025.001137) met als onderwerp "Samenstelling deontologische commissie".

 

Juridische grond:

Artikel 333, tweede lid DLB

 

Motivatie:

Op 15/01/2026 zond ABB een schrijven met als onderwerp "Klacht samenstelling deontologische commissie" en met verzoek alle documenten te bezorgen m.b.t. het dossier samen met een uitgebreide toelichting over het voorwerp van de klacht. De gemeente heeft een termijn van 30 dagen om haar antwoord te formuleren.

 

Het college formuleerde tijdig een antwoord op de ingediende klacht waarbij het uitgangspunt is dat de samenstelling voldoet aan artikel 39 DLB.

 

Op 2 maart ontving het bestuur antwoord op deze klacht van de gouverneur (zie bijlage 3), waarbij gemeld wordt dat op het verzoek van klager om tot vernietiging van het betreffende gemeenteraadsbesluit over te gaan niet wordt ingegaan. 

 

In hoofdlijnen kan uit het antwoord geconcludeerd worden dat de proportionele samenstelling van de deontologische commissie van de gemeente juist gebeurde aangezien alle bepalingen gevolgd werden en de interpretatie van de deontologische code in eerste instantie aan de gemeenteraad zelf toekomt.  Voor wat de besloten zitting betreft, werd inderdaad verkeerd geïnterpreteerd dat dit onder de persoonlijke levenssfeer viel. ABB verzoekt daarom hier voortaan op toe te zien dat dit correct gebeurt. Aan de vraag naar transparantie omtrent de samenstelling werd ondertussen voldaan door deze te publiceren op de website. 

 

Financiële gevolgen:

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.

 

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van ABB inzake de klacht met als onderwerp "samenstelling deontologische commissie".

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

VEILIGHEID

 

9. Oprichting Interlokale Vereniging ‘Cöordinatie noodplanning, beheer van noodsituaties en SPOC bestuurlijke handhaving’. Goedkeuring

Feiten en context:

In 2025 keurden de colleges van burgemeester en schepenen van de politiezone Lubbeek, Bierbeek, Boutersem en Holsbeek (PZ Lubbeek) de visienota met betrekking tot de oprichting van een intergemeentelijke samenwerkingsverband voor integrale veiligheid goed.

 

De visienota stelt dat:

        veiligheid een kerntaak is van de lokale overheid ,

        noodplanningcoördinatie binnen een lokaal bestuur ontwikkelt tot een volwaardige en gespecialiseerde veiligheidsfunctie,

        met de wet Gemeentelijke Bestuurlijke Handhaving van 15 februari 2024 en het KB van 22 april 2024 de lokale besturen een nieuwe rol in bestuurlijke handhaving krijgen dewelke de nodige expertise vergt om de wettelijke instrumenten optimaal te kunnen benutten.

 

De gemeenteraad keurde op 18 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 goed. Hierin werd volgende actie opgenomen : Het lokaal bestuur bouwt interne expertise op rond bestuurlijke handhaving - het Lokaal Bestuur is een intergemeentelijke samenwerking opgestart rond een “noodplanambtenaar” die in dienst zal treden voor de 4 gemeenten in de politiezone.

 

Juridische grond:

De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 41, 4° van het decreet lokaal bestuur.

De nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988.

Het Koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.

 Ministeriële omzendbrief van 14 mei 2024 betreffende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.

De wet van 16 november 2023 betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving, de instelling van een gemeentelijk integriteitsonderzoek en houdende oprichting van een directie integriteitsbeoordeling voor openbare besturen.

De wet Gemeentelijke Bestuurlijke Handhaving van 15 februari 2024 en het KB van 22 april 2024.

De artikelen 392 tot en met 395 van het decreet lokaal bestuur met betrekking tot de intergemeentelijke samenwerking zonder rechtspersoonlijkheid, genaamd interlokale vereniging. 

 

Motivatie:

Samenwerking tussen gemeenten verhoogt de efficiëntie en effectiviteit van het beleid.

Het is logisch om de structuur van deze samenwerking te baseren op de PZ Lubbeek. Dit maakt een nauwe samenwerking tussen gemeentelijke administraties en politie- en hulpdiensten mogelijk en vergroot de effectiviteit van noodplanning en bestuurlijke handhaving.

 

De vereniging heeft tot doel een integraal en geïntegreerd noodplanning en crisisbeheer te ontwikkelen en te realiseren op het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

 

De vereniging heeft ook tot doel schaalvoordelen na te streven en een betere beleidscoördinatie voor de aanpak van fenomenen die vallen onder :

        noodplanning, crisisbeheer en een coherent rampenmanagement.

        gemeentelijke bestuurlijke handhaving in het kader van de Wet gemeentelijke bestuurlijke handhaving van 15 februari 2024 en het KB van 22 april 2024, ter bestrijding van ondermijnende criminaliteit in risicovolle economische sectoren.

 

De interlokale vereniging wordt opgericht voor onbepaalde duur en gaat in op de eerste van de maand nadat alle gemeenteraden van de PZ Lubbeek deze hebben goedgekeurd.

 

De gemeente Lubbeek treedt op als beherende gemeente.

 

De interlokale vereniging wordt beheerd door een beheerscomité. Elke gemeente wordt in het beheerscomité vertegenwoordigd door haar burgemeester. Het voorzitterschap van het beheerscomité wordt waargenomen door de burgemeester die op dat moment voorzitter is van het politiecollege van de PZ Lubbeek.

 

De beherende gemeente stelt een personeelslid aan om de doelstellingen van het samenwerkingsverband te realiseren : ‘coördinator noodplanning, beheerder van noodsituaties en SPOC bestuurlijke handhaving’.

 

De gemeenten Bierbeek, Boutersem, Holsbeek en Lubbeek stellen elk een lokale antenne aan voor de noodplanning, het beheer van noodsituaties en bestuurlijke handhaving met het oog op het realiseren van de doelstellingen van de interlokale vereniging.

 

Financiële gevolgen:

De kosten voor de inzet van de  ‘coördinator noodplanning, beheerder van noodsituaties en SPOC bestuurlijke handhaving’ worden gedeeld volgens volgende verdeelsleutel :

        50 % van de totale kost wordt gelijk verdeeld over de 4 gemeenten (= elk 25% van de 50% van de totale kost)

        50% van de totale kost wordt verdeeld op basis van het inwonersaantal.

De concrete uitwerking van deze verdeelsleutel is opgenomen in bijlage.

 

Voor het jaar 2026 is er 20.000 euro voorzien op budgetrekening : 2026/ACT-080102/0430-00/6494000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN

Budget

Beschikbaar

Uitgave

Saldo

€ 20.000

€ 20.000

€ 19.149

€ 851

 

Visum financieel directeur is verleend op 10 maart 2026.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

De gemeenteraad keurt de overeenkomst met statutaire draagkracht tot oprichting van de Interlokale vereniging ‘coördinatie noodplanning, beheer van noodsituaties en SPOC bestuurlijke handhaving’ goed.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

ONDERWIJS

 

10. Verlenging huidige scholengemeenschap LBB Lubbeek Bierbeek Boutersem 2026-2032. Goedkeuring

Feiten en context:

De huidige scholengemeenschap in de vorm van een interlokale vereniging (LBB Lubbeek, Boutersem, Bierbeek ) loopt op 31 augustus 2026 af na een periode van zes schooljaren en is als volgt samengesteld:

- 046631 Lubbeek ( GBS SCHOOL3212 Pellenberg )

- 125682 Lubbeek ( GBS De STiP Linden )

- 130914 Lubbeek (GBS De STiP Binkom)

- 012451 Bierbeek (GBS ’t Klavertje Bierbeek)

- 013581 Boutersem (GBS Boutersem)

 

 

Het schoolbestuur wenst samen met de andere deelnemers de samenstelling van de huidige scholengemeenschap niet te wijzigen en de huidige samenwerking te verlengen voor de in de regelgeving voorziene periode van zes jaar, van 1 september 2026 tot 31 augustus 2032, maar de overeenkomst van de interlokale vereniging en het huishoudelijk reglement  aan te passen.

 

Juridische grond:

hetdecreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (afgekort: Decreet Lokaal Bestuur), artikelen 40 en 41;

Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 388 tot en met 395,

het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikelen 125bis tot en met 125quaterdecies, (enkel voor basisonderwijs)

Omzendbrief BaO/2005/11 van 30/06/2005: Scholengemeenschappen basisonderwijs,

De afspraken van het beheerscomité van de scholengemeenschap dd. 11 februari 2026 over de toekomstige werking

 

Motivatie:

Het schoolbestuur wijzigt samen met de andere deelnemers de samenstelling van de huidige scholengemeenschap LBB niet en verlengt de huidige samenwerking voor de in de regelgeving voorziene periode van zes jaar, van 1 september 2026 tot 31 augustus 2032, maar past de overeenkomst van de interlokale vereniging en het huishoudelijk reglement als volgt aan:

 

Volgende artikelen werden bij consensus gewijzigd in vergadering van het beheerscomité ( zie bijlage):

§ Art. 4 §4 > achteraan de zin wordt toegevoegd: ‘op vraag van één van de partijen’.

§ Art. 5 § 1 > het beheerscomité houdt minstens één zitting per semester

§ Art. 6 § 1 > er wordt gekozen voor de aanwezigheid van de gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden om geldig te beraadslagen en te beslissen.

§ Art. 8 §2 > de zin ‘ de wijze waarop de school voor buitengewoon onderwijs haar deskundigheid ter beschikking stel’ wordt geschrapt gezien er geen school buitengewoon onderwijs deel uitmaakt van de scholengemeenschap LBB

§ Art. 8 §3 > ‘ het beheerscomité maakt eveneens afspraken over’ > dit wordt weggelaten

§ Art. 9 § 2, §3, §4, §5 en §6 > deze artikelen worden niet opgenomen. Er worden geen financiële middelen vastgelegd.

§ Art. 10: de zin ‘ Binnen de scholengemeenschap wordt via de daarvoor aangeduide gemeente (eventueel de beherende gemeente) een passende verzekering genomen van deze materialen en het eventueel onderhoud en de herstellingen ten laste genomen’ wordt vervangen door ‘Er zal een afsprakenkader gemaakt worden voor de uitleen van materialen binnen de scholengemeenschap

 

De voorgenomen beslissing voldoet aan de decretale vereisten:

        de scholengemeenschap bevat zowel kleuter- als lager onderwijs;

        de scholengemeenschap telt op de eerste schooldag van februari 2026 (aantal leerlingen) (minstens 900) gewogen leerlingen;

        de scholengemeenschap strekt zich uit over de volgende (maximaal vijf) aangrenzende onderwijszones: (…),

Het advies van de directies is het behoud van de scholengemeenschap omwille van volgende motivatie:

® Goede samenwerking

® Scholen hebben visies die bij elkaar aanleunen

® Collegiale ondersteuning op niveau directies

® Scholen dicht bij elkaar gelegen waardoor vergaderingen/samenwerking haalbaar is

® Geen aanvraag ontvangen van andere scholen die wensen aan te sluiten

® Voldoende leerlingen om de scholengemeenschap te vormen

 

Het huishoudelijk reglement  kent slechts volgende aanpassingen:

§ de datum voor de periode van de scholengemeenschap wordt aangepast

§ de namen van de leden van de deelnemende schoolbesturen worden aangepast aan de nieuw lopende periode

§ Artikel 7: de laatste zin: ‘het opstellen en voorleggen van een jaarverslag’ wordt geschrapt.

§ Hoofdstuk 11 wordt volledig weggelaten gezien het beheerscomité geen financiële middelen voorziet voor haar werking

§ Aanpassing datum bij hoofdstuk 12: het huishoudelijk reglement van het beheerscomité treedt in werking op 1 september 2026.

 

De beslissing voldoet aan de voorwaarden vermeld in art. 11 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

Op 9 maart 2026 heeft het overleg in het Hoog Overlegcomité (HOC) plaatsgevonden en dit heeft geleid tot een gemotiveerd advies (het advies is opgenomen als bijlage).

 

Financiële gevolgen:

Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

artikel 1  de samenstelling van de huidige scholengemeenschap LBBwordt niet gewijzigd. Bijgevolg wordt de huidige samenwerking verlengd voor de in de regelgeving voorziene periode van zes jaar, van 1 september 2026 tot 31 augustus 2032.

 

artikel 2  de overeenkomst in bijlage inzake scholengemeenschap LBB in de vorm van een interlokale vereniging worden goedgekeurd.

 

artikel3   het huishoudelijk reglement van het beheerscomité wordt goedgekeurd en de heer Glenn Van Rillaer wordt aangeduid als de plaatsvervanger voor de schepen van onderwijs in dit beheerscomité.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van 26 maart 2026

 

 

OPENBARE ZITTING

 

FINANCIËN

 

11. Belasting op de huis-aan-huisverspreiding van ongeadresseerde drukwerk en gelijkgestelde producten. Vaststelling

Feiten en context:

De gemeenteraad keurde op 27 februari 2020 de aanpassing op het reglement' Belasting op de huis-aan-huisverspreiding van niet-geadresseerde reclamebladen en drukwerken met handelskarakter en gelijkgestelde producten' goed.

 

Juridische grond:

Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur.

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).

 

Motivatie:

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.

Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per exemplaar volgens gewicht. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.

 

Er wordt een vrijstelling van belasting verleend aan drukwerk zonder handelskarakter dat uitgaat van:

- openbare instellingen en gelijkgestelde inrichtingen

- onderwijsinstellingen

- alle socioculturele, sport- en jeugdverenigingen

- caritatieve en politieke organisaties

Dit drukwerk komt voor in beperkte oplagen en zo is de ecologische impact beperkt, tevens heeft het tot doel de bevolking te informeren.

 

Bovendien is de vrijstelling voor openbare instellingen en gelijkgestelde inrichtingen, alsook onderwijsinstellingen, verantwoord doordat het drukwerk dat zij verspreiden het algemeen belang dient of minstens kadert in de uitvoering van taken van algemeen belang. Zo geldt de vrijstelling slechts in zoverre er geen commerciële doeleinden van het drukwerk uitgaan, hetgeen voor zover als nodig bevestigt dat de vrijstelling de vrijwaring van de uitvoering van taken van algemeen belang nastreeft. Deze overweging van algemeen belang weegt op tegen de nagestreefde financiële en ecologische doelstellingen van onderhavige belasting.

 

In dezelfde zin is de vrijstelling voor alle socioculturele, sport- en jeugdverenigingen, caritatieve en politieke organisaties verantwoord, doordat dit reclamedrukwerk anders dan drukwerk voor commerciële doeleinden bijdraagt aan de goede werking van de lokale (gemeentelijke) gemeenschap. Daar dergelijk drukwerk bijdraagt aan het gemeentelijk gemeenschapsleven, is het verantwoord dat er hiervoor in een vrijstelling wordt voorzien. Deze overweging van gemeentelijk belang weegt op tegen de nagestreefde financiële en ecologische doelstellingen van onderhavige belasting.

Dit staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke

manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.

 

Er wordt een vrijstelling gegeven voor

-aankondigingen van opendeurdagen op voorwaarde dat noch producten, noch diensten aangeprezen worden in de aankondiging en dat er geen verwijzing is naar prijzen of kortingen.

- aankondigingen en drukwerk van lokale ondernemingen tijdens de periode van openbare

werkzaamheden beperkt tot de duur van de hinder en voor zo ver er tevens geïnformeerd wordt

omtrent de bereikbaarheid en/of afwijkende openingsuren

Dit drukwerk heeft ook een beperkte oplage en zo is de ecologische impact beperkt en het bestuur wenst zo

de lokale handel te ondersteunen. De gemeente streeft de goede werking van haar lokale economie na, door lokale ondernemingen te ontlasten waar mogelijk. Bij openbare werken wordt de bereikbaarheid van aanliggende lokale ondernemingen ernstig belemmerd, hetgeen doorgaans een wezenlijke negatieve financiële impact heeft op de desbetreffende lokale ondernemingen. Het is dan ook verantwoord om deze lokale ondernemingen vrij te stellen van de belasting op drukwerk, wanneer zij het publiek dienen te informeren inzake hun door openbare werken belemmerde bereikbaarheid. Deze overweging die strekt tot het ontlasten van de lokale economie weegt op tegen de financiële en ecologische doelstellingen van onderhavige belasting.

 

In dezelfde zin wordt de vrijstelling voor aankondigingen van opendeurdagen verantwoord door het nastreven van een goede werking van de lokale economie. Het organiseren van opendeurdagen draagt immers bij tot het kenbaar maken van lokale ondernemingen bij het (lokale) publiek. Door deze vrijstelling worden lokale ondernemingen in de mogelijkheid gesteld om toe te reden tot de lokale markt en/of hun doelpubliek te bereiken. Daarbij is het dan ook relevant dat de vrijstelling maar geldt in zoverre er noch producten, noch diensten aangeprezen worden in de aankondiging en dat er geen verwijzing is naar prijzen of kortingen. Deze overweging die strekt tot het steunen van de lokale economie weegt op tegen de financiële en ecologische doelstellingen van onderhavige belasting.

 

De voornaamste wijzigingen ten opzichte van het vorige reglement zijn:

- Het reglement werd aangepast in de geest van het modelreglement aangeleverd door ABB (er wordt ook gesproken van drukwerk ipv reclamedrukwerk en drukwerk met een commercieel karakter).

- Voorheen werd er €0,02 < 100 gram< €0,05 aangerekend en nu is er één uniform bedrag van

€ 0,05.

- De vrijstellingen voor lokale handelaars getroffen door wegenwerken wordt toegevoegd.

 

De ALEB gaf positief advies bij dit nieuwe reglement in de vergadering van 4 maart 2026.

 

Financiële gevolgen:

De inkomsten uit deze belasting werden in het ontwerp meerjarenplan 2026-2031 onder artikel 0020-00/7342400 opgenomen

 

eenparig aangenomen.
 

 

Besluit:

Artikel 1: De gemeenteraad keurt de aanpassingen aan het belastingreglement voor huis-aan-huisverspreiding voor niet-geadresseerde reclame goed en heft het reglement van 27 februari 2020 met ingang van 1 april 2026 op.

 

Artikel 2. De gemeenteraad stelt het reglement houdende de 'Belasting op de huis-aan-huisverspreiding van niet-geadresseerde reclamebladen en drukwerken met handelskarakter en gelijkgestelde producten' vast. Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026.

 

 

Publicatiedatum: 30/04/2026
Punt bijlagen/links Reglement_drukwerk_maart_2026.pdf Download
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.